vrijdag 22 april 2016

De huismus komt weer terug







Wat leuk, er zitten twee musjes op het hek in mijn tuin, ze zijn druk bezig om een nestje te maken. Ooit heb ik (in 2003) dit artikel geschreven voor de Groenbewuste Amsterdammer, ledenblad van IVN Amsterdam, over het verdwijnen van de huismus in de stad. Is het tij nu toch gekeerd? Keert de huismus weer voltallig in ons straatbeeld terug?

De Huismus in de knel?
Op een mooie zomerdag zat ik in het tuintje van mijn vader, in het mooie Santpoort.  Een paar mussen vlogen vanuit een boom het grasveldje op. Ik realiseerde me op dat moment, dat ik de mussen in het straatbeeld van Amsterdam, in elk geval in mijn Dapperbuurt, eigenlijk nauwelijks meer tegenkom. Eéns waren er meer mussen dan mensen in Nederland, maar de afgelopen jaren is dat niet meer het geval. Het zo vertrouwde vogeltje verdwijnt, evenals de Ringmus, stilletjes uit het stadsbeeld. Nieuwsgierig als ik ben, heb ik op internet onderzoek gedaan naar meer informatie over mogelijke oorzaken en naar tips en ideeën hoe we met elkaar de mus weer terug kunnen brengen in onze omgeving.

Iets meer over Huismus en Ringmus
Huismussen zijn van oorsprong “rotsbroeders”, die huizen hebben geadopteerd als alternatieve broedplaats. Onder daken en in spleten van woningen en gebouwen maken ze hun nesten. Als het ze goed gaat kunnen ze lange tijd op één plek blijven. Ringmussenleidt een totaal ander leven. Een deel van de Nederlandse populatie zoekt ‘s winters de zon op in zuidelijker streken. Een ander deel zoekt elkaars gezelschap en trekt in groepjes rond. Ze komen minder in de buurt van men-sen en nestelen bij voorkeur in nest-kasten, boomholtes of onder daken. 

Mussen zijn over het algemeen vegetariërs. Op hun menulijst staan vooral zaden als tarwe, gerst, haver en maïs. In de stad vult hij dit ma­crobiotisch dieet aan met tafel-restjes, weggeworpen lunchpakketten en eetbaar afval. Mussen zijn kolonievogels en kennen een duidelijke hië­rarchie. Voedsel zoeken, nestelen, broeden en zelfs in bad gaan is een groepsgebeuren, waarbij ook de rangorde een belangrijke rol speelt. Dominante mussen (herkenbaar aan een grotere zwarte keelvlek) hebben voorrang, de anderen moeten op hun beurt wachten. Mussen zijn ook echte na-apers: bedenkt één vogel dat het wel lekker is om een stofbad te nemen in een zandkuiltje, dan moeten ze opeens allemaal zonodig een kuiltje zoeken. Let in de wintermaanden ook eens op de voedertafel: ongewoon voedsel, zoals bamirestjes of safraanrijst, wordt eerst met argwaan bekeken. Maar als er één mus heeft geproefd, zit binnen twee tellen de gehele kolonie gretig aan tafel!

Wat zijn mogelijke oorzaken?
Eén van de grootste oorzaken van de vermindering van de mussenstand heeft zich de afgelopen decennia in de agrarische sector voltrokken: waar vroeger veel verschillende graansoorten werden verbouwd, is men nu massaal overgestapt op maïsteelt. Met dit gewas kunnen mussen en andere zaadetende vogels jammer genoeg weinig. Daarnaast worden de planten ter plekke vermalen en verwerkt, waarbij nauwelijks wordt gemorst. Hierdoor blijft er weinig meer over voor de vogels. Maar ook in de stad wordt het voor de mussen steeds moeilijker om te overleven. Onder meer door invoering van de GFT-bak belanden steeds minder etensrestjes op straat of in de achtertuin. Ook wordt vaak van hogerhand afgeraden brood op straat te gooien, o.a. om duiven- of rattenoverlast te voorkomen. En verder is er nog nauwelijks openbaar snippergroen met onkruidzaden aanwezig, doordat alle niet-bebouwde stukjes grond intensief door de mens gebruikt worden, als parkeerplaats of aangeharkte gladgeschoren stukjes gazon.

Ook de toegenomen hygiëne op boerenerven heeft de nodige gevolgen voor de vogels. De erven zijn van muur tot muur bestraat, veel hagen en geriefbosjes zijn verdwenen. De aan-passingen hebben de boerenbedrijven steriel gemaakt met grote gevolgen voor insecten, vogels, kleine zoogdieren en wilde planten. Maar zonder insecten kunnen mussen hun jongen niet grootbrengen. Met de hagen en bosjes verdwenen nestmateriaal en nestgelegenheid. Hoewel dit in de stad een minder grote rol speelt, hebben ook hier de mussen steeds meer moeite om aan nestmateriaal en voer voor hun jongen te komen. 

Bejaging en nestroof – met name door kraaiachtigen – worden ook vaak genoemd als veron-derstelde oorzaken van de achteruitgang van de mussen, maar dit is waarschijnlijk niet terecht. Plaatselijk heb-ben hoge dichtheden van eksters, kauwen, kraaien of gaaien wel een nadelige invloed op de mussen-stand, maar dit is nog geen verklaring voor de algemene ach-teruitgang van de mussenstand. Kauwtjes stropen regelmatig de dakgoot af op zoek naar uit het nest gevallen vogeltjes. Maar vaak gaat het dan om dode jonkies: bij slecht weer sterven veel jongen door voedselgebrek omdat de ouders te weinig insecten vangen. Kauwtjes zijn dus geen bloeddorstige rovers, maar vooral opruimers. Eksters zijn alleseters en verschalken in de broedtijd regelmatig een ei of jong uit andermans nest. Maar jong zangvogeltjes vormen zeker niet hun hoofdvoedsel, want anders zou het aantal mezen en merels in Nederland niet zo zijn toegenomen. Nestroof wordt juist door menselijk handelen makkelijker gemaakt: heggen worden vervangen door schuttingen en struikgewas wordt regel-matig verjongd. Terwijl kleine zangvogels juist het liefst hun nest maken in dicht
struikgewas of brede heggen, waar grote vogels niet in kunnen doordringen. In het open struikgewas dat na een snoeibeurt achterblijft vallen jonge vogeltjes makkelijk ten prooi aan nestrovers, zoals felix domesticus – de kat. Het lijdt geen twijfel dat het verdwijnen van de Huismus alles te maken heeft met onze veranderde leefgewoonten. We zijn ‘netter’ geworden en tolereren ook van de gemeente geen slordig groenbeheer. Eigenlijk weten we niet meer hoe ‘natuur’ er uitziet, we zien alleen nog dat het gazon nodig gemaaid moet worden. Maar een gazon is geen natuur. Mogelijk is daarom de achteruitgang van de mussenstand geen tijdelijk verschijnsel, maar zal toenemen naarmate de mens verder van de natuur vervreemd.

Keer het tij!! Help de mus overleven!
Misschien is het tij nog te keren. Mensen realiseren zich meer en meer hoe belangrijk de dieren om ins heen zijn; velen zijn enorm met het lot van de mussen begaan. Men is bereid om heel wat voor ze te doen, zowel op het gebied van voedelvoorziening als van huisvesting. Hier volgen een aantal ideeën en suggesties, waarmee uzelf ook een bijdrage kunt leveren aan het helpen overleven van de mus.

Tips voor een vogelvriendelijke tuin:
Mussen zitten graag in struiken voor beschutting. Als er plaats is in de tuin, kan het zeer interessant zijn om verspreid een aantal struiken van verschillende hoogte te planten. Zorg ervoor dat er in de tuin voldoende natuurlijk voedsel is, zoals planten en struiken met bessen. Bijvoorbeeld:
  • Amerikaanse Krentenboom
  •  Lijsterbes
  •  Vuurdoorn
  • Hulst
  • Hedera helix (klimop)
Veel planten die we al snel ‘onkruid’ noemen worden tegenwoordig in de tuin geaccepteerd. Een onkruidrijk hoekje in de tuin biedt veel voedselmogelijkhe-den voor mussen. Deze planten vormen meer zaden en zijn aantrekkelijk voor insecten. En insecten zijn weer een belangrijke voedingsbron voor vogels. Vermijd daarom ook het gebruik van insecticiden in de tuin.

Water is ook in het leven van vogels heel belangrijk. Een vijver is voor veel vogels zeer aantrekkelijk. Als de oever van de vijver glooiend is, komen veel vogels baden of drinken. Zelfs in een kleine tuin is het mogelijk om de vogels van water te voorzien. Niet iedereen heeft ruimte in de tuin voor een vijver, het plaatsen van een schaal met water kan ook heel goed voldoen. Mussen nemen ook graag een stofbad (tegen parasieten). Een stukje niet-begroeide grond of een pot met zand geven hen goede mogelijkheden voor een stofbad. Geef mussen wat extra voedsel om de winter door te komen. Ze zijn verzot op bruinbrood, onkruidzaden, gemeng (strooi)zaad, etensresten (zonder zout), zonnebloempitten etc. Gewoon op de grond of op een voedertafel strooien volstaat. 

Buiten eten en drinken is natuurlijk huisvesting ook belangrijk. Mussen kampen tegenwoordig met een gebrek aan nestgelegenheid. Nestkastjes zijn makkelijk zelf te maken, en in alle soorten en maten te koop. Een nestkast wordt in de winter ook vaak gebruikt als slaapplaats. Hang een nestkast niet op een plaats die de hele middag in de volle zon staat. Beter is een wat beschutte plaats, zodat de nestkast beschermd is tegen wind en regen. Heeft u wat meer ruimte in de tuin, laat dan een dode boom of boom met dode takken staan. Er zijn vogels die graag hun nest in vermolmd hout maken. Maar ook de ruimte onder dakpannen of andere openingen in huis of schuur zijn geliefde broedplaatsen. Dichte struiken, klimplanten en hagen bieden ook de mogelijkheid tot het bouwen van nestjes. Bied de mussen daarom een eigengemaakt nestkastje aan. Met name de Ringmus broedt net zo lief in een kastje als onder de pannen of in een struik. Mussen broeden met bij voorkeur in kolonies, vandaar dit "driegezins"-model nestkast:

Gebruik voor dit kastje watervast 9-ply multiplex. Maten:
achterkant 38 x 32 cm
voorkant 38 x 17 cm
bodem 38 x 13 cm
deksel 40 x 17 cm
twee zijwanden en twee tussenwanden van elk 12 cm breed en aan de ene kant 20 cm en de andere kant 17 cm hoog

Gebruik voor het in elkaar zetten roestvrij stalen spijkertjes met verzonken kop. Maak eerst drie invliegopeningen met een doorsnede van 3,5 cm: één in elke zijwand en één in het midden van de voorkant, op 1 tot 2 cm van de bovenrand. Maak dan de constructie: be­vestig de bodemplaat een de achterplaat, op 4 cm van de onderrand daarvan. Maak de zijwan­den vast aan de bodem en de achterwand, evenals de tussenwandjes, bevestig deze laatste zo­danig dat er drie gelijke compartimenten ontstaan. Zet de voorkant, rustend op de bodemplaat, vast op de zij- en tussenwandjes. Nu de afwerking: boor in de bodem van elk compartiment vier ventilatiegaatjes met een doorsnede van 4 mm. Frees in de achterwand, net boven de tus­senwandjes, een ondiepe sleuf waarin de deksel kan draaien. Zet de deksel met koperen of roestvrij stalen scharniertjes vast. Schuur de voorkant schuin af, zodat de deksel er goed op aansluit. Zet aan de zijkant van de deksel een haakje om te zorgen dat die niet open kan waaien. Boor in de achterplaat vier gaten voor bevestiging aan de muur. Hang tenslotte het nestkastje op een geschikte plaats, bij voorkeur vlak onder de dakgoot. Voor de wat minder handige doe-het-zelvers, deze drie-gezinswoningen voor mussen zijn ook kant-en-klaar te koop bij de meeste vestigingen van Intratuin.

Andere producten om de mussen te beschermen zijn:
Mussen koloniekastjes: Dit zijn nestkastjes, gemaakt van Schwegler-houtbeton, een natuurproduct van geperst hout en ademend toeslagmateriaal (zand en klei). Het kastje is verkrijgbaar als opbouw-model en inbouwmodel in betoncon-structies. 






Mussen dakpannen: De moderne daken zijn niet meer geschikt voor mussen. Inmiddels zijn er verschillende soorten dakpannen op de markt gebracht die vogels een nestplaats bieden. 








Mussen pot: In vroeger eeuwen hing men al vogelpotten, zoals spreeuwen- of mussenpot, op aan huizen of bomen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen